We komen er steeds graag terug: la douce Wallonie, meer bepaald la province Hainaut. Het ligt aan onze achterdeur, maar verrast ons steeds opnieuw, zo ook vandaag.
Na Sabrina's werkdag vertrokken we gisteren rond half zes met Aubechies vastgepind in de GPS. We kennen er een leuk plekje. Lang geleden, toen er nog mussen in onze tuin zaten, bezochten we hier de Romeinse site.
Voor de laatste keer kocht ik een Educpass, waarmee je met z'n tweeën tientallen attracties en musea kunt bezoeken, voornamelijk in Wallonië, maar de zoo van Antwerpen zit er ook bij wat de kaart financieel heel voordelig maakt. We bezochten er vandaag Silex's mee in Spiennes over de geschiedenis van vuursteen. Eerst maakten we een wandeling in de buurt die beter meeviel dan het museum. Na reservering kan je er onder begeleiding in een mijnschacht afdalen en de grotten bezoeken waar de vuursteen ontgonnen werd. In de prehistorie werd vuursteen gedolven om er werktuigen van te maken, die ook in de ruilhandel een grote waarde hadden. Tijdens de industriële revolutie werden de silexstenen vooral gebruikt bij de productie van faïances.
Tien minuten verder lieten we Oes Nest opnieuw achter voor een kleine wandeling naar Saint-Symphorien, een uniek oorlogskerkhof door de Duitsers aangelegd in 1914, maar er liggen bijna evenveel Engelse soldaten als Duitse. Zowel de eerste als de laatste Engelse soldaat die sneuvelde in de Eerste Wereldoorlog kregen er hun laatste rustplaats. Pitoresk, charmant, lieflijk, het zijn begrippen waar ik het wat moeilijk bij heb voor een oorlogskerkhof, maar de begraafplaats is een bezoekje waard, het wandelingetje daarentegen was minder. Sabrina stelt voor om sereen te gebruiken.
We staan nu zo'n tien kilometer verder langs het kanaal in Thieu, voor camperaars geen onbekende plek.
Deze morgen hielden we het droog, wat van de namiddag niet gezegd kan worden.